Stel je voor: het is 1965. De Koude Oorlog zit op zijn hoogtepunt.
▶Inhoudsopgave
De Sovjet-Unie ligt aan de andere kant van het IJzeren Gordijn, en twee kleine buurlanden – Nederland en België – doen hun uiterste best om het Westelijk halfrond te beschermen.
Maar hoe stond het daadwerkelijk met hun militaire kracht? Wie had de troef in handen binnen de NAVO? Laten we er eens in duiken.
De NAVO-context: waarom telde elke soldaat mee
In de jaren 60 draaide alles om één ding: afschrikking. De NAVO – opgericht in 1949 – was het Westerse antwoord op de dreiging van het Warschaupact.
Nederland en België bevonden zich beide in de frontlinie, letterlijk. Hun grondgebied vormde een cruciaal deel van de verdedigingslinie in West-Europa.
Maar hun aanpak om die verdediging vorm te geven? Die verschilde behoorlijk.
Nederlandse militaire opbouw in de jaren 60
Koninklijke Landmacht: groot en geconventioneel
Nederland had in de jaren 60 een aanzienlijke landmacht. Het leger telde rond de 1965 zo'n 120.000 man, inclusief dienstplichtigen. De kern van de Nederlandse verdediging lag bij twee divisies die waren toegewezen aan NAVO-commando's, met name NATO Northern Army Group (NORTHAG).
Deze divisies waren gestationeerd in Duitsland en in Nederland zelf, met belangrijke bases onder andere in de buurt van de Duitse grens.
Luchtmacht: van jagers tot kernwapens
De Nederlandse landmacht was goed uitgerust voor die tijd. Ze beschikten over Amerikaanse tanks zoals de M47 Patton en later de M48 Patton, naast eigen systemen.
De artillerie was solide, en de infanteriedivisies waren afgestemd op conventionele verdediging tegen een mogelijke Sovjet-invasie door de Noord-Duitse Laagvlakte. De Koninklijke Luchtmacht vloog in de jaren 60 met toestellen als de Hawker Hunter en later de Lockheed F-104G Starfighter. Die Starfighter was een radicaal ander vliegtuig – supersnel, maar berucht om het hoge aantal ongelukken.
Marine: een kleine maar capabele vloot
Nederlandse vliegers noemden hem dan ook niet voor niets de "Weduwenmaker". Interessant detail: Nederland had via de NAVO ook een rol bij de stationering van kernwapens.
Amerikaanse nucleaire wapens werden onder Nederlandse vlag bewaard en konden worden ingezet door Nederlandse vliegers. Dit was onderdeel van de zogenaamde double key arrangement – beide landen moesten akkoord voordat de wapens werden gebruikt. De Koninklijke Marine was kleiner dan het leger, maar niet onbelangrijk. Met fregatten, onderzeeërs en mijnenvegers was de marine actief in de Noordzee en de Atlantische Oceaan. Ze speelden een rol bij het bewaken van de zeegangen richting het Kanaal en de Noordzee, cruciaal voor NAVO-bevoorradingslijnen.
Belgische militaire opbouw in de jaren 60
Landmacht: kleiner, maar met ervaring
België had een kleiner leger dan Nederland. De Belgische Landmacht telde rond de 1965 ongeveer 80.000 tot 90.000 man. Ook België had divisies toegewezen aan de NAVO, eveneens binnen NORTHAG.
De Belgische troepen waren gestationeerd in West-Duitsland, met name in de regio rond Aachen en het Eifelgebied.
Luchtmacht: beperkt maar doelgericht
De uitrusting was vergelijkbaar met die van Nederland – Amerikaanse tanks, artillerie en infanterievoertuigen. Maar België had een bijzondere troef: de Paracommando's.
Deze elite-eenheden hadden al bewezen waarde opgebouwd tijdens operaties in Congo en waren binnen de NAVO als snelle interventietroepen zeer gewaardeerd. De Belgische Luchtmacht was kleiner dan de Nederlandse. Ze vloog met toestellen als de Hawker Hunter en de Fouga Magister als trainingsvliegtuig.
Marine: miniem
Later in de jaren 60 werden ook F-104G Starfighters aangeschaft, net als in Nederland.
De luchtmacht was vooral gericht op luchtverdediging en tactische ondersteuning van de landmacht. De Belgische Marine was in de jaren 60 vrij beperkt. België had een kustvloot met mijnenvegers en enkele kleinere schepen, maar geen grote oppervlakteschepen of onderzeeërs. De focus lag op het beveiligen van de Belgische kust en de wateren richting het Kanaal. Voor grotere maritieme operaties was België sterk afhankelijk van NAVO-bondgenoten, met name het Verenigd Koninkrijk en Nederland.
De grote vergelijking: wie was sterker?
Aantallen en uitrusting
Op papier had Nederland de bovenhand. Met ongeveer 120.000 man landmacht tegenover Belgiës 80.000 à 90.000, en een grotere luchtmacht en marine, was Nederland simpelweg groter.
Strategische ligging
De uitrusting was vergelijkbaar – beide landen gebruikten voornamelijk Amerikaanse wapensystemen via NAVO-programma's zoals Mutual Defense Assistance Program. Hier wordt het interessanter. Nederland lag direct aan de Noord-Duitse Laagvlakte – de route die het Warschaupact het waarschijnlijkst zou gebruiken voor een invasie naar West-Europa. Dat maakte Nederland strategisch cruciaal.
NAVO-bijdrage en betrokkenheid
België lag meer naar het zuiden, als een soort schuiland tussen Nederland en Frankrijk. Beide landen waren belangrijk, maar Nederland lag letterlijk in de frontlinie.
Beide landen waren trouwe NAVO-leden, maar hun bijdrage verschilde. Nederland had een grotere militaire infrastructuur, met meer bases en faciliteiten.
Denk aan vliegvelden zoals Volkel, Leeuwarden en Twenthe, die allemaal een rol speelden binnen de NAVO-luchtverdediging. België had belangrijke bases zoals Kleine-Brogel – waar Amerikaanse kernwapens werden opgeslagen – en Florennes. Wat opviel: Nederland als NAVO-frontlinieland had een grotere nucleaire rol binnen de NAVO. Nederlandse vliegers konden kernwapens inzetten, terwijl Belgiës nucleaire rol meer beperkt was tot de opslag op Kleine-Brogel.
De onzichtbare factor: politieke wil
Cijfers en wapens vertellen niet het hele verhaal. In de jaren 60 groeide in Nederland het verzet tegen kernwapens.
Demonstraties tegen de "neen, tenzij"-politiek werden steeds groter. België kende soortgelijke discussies, maar de politieke consensus over de NAVO was daar iets stabieler. Dit had invloed op hoe beide landen hun militaire bijdrage vormgaven.
Ook de Frans-Nederlandse relatie speelde een rol. Frankrijk trok zich in 1966 terug uit de militaire structuur van de NAVO onder De Gaulle.
Dat veranderde de dynamiek voor alle kleine NAVO-leden. Nederland en België moesten hun positie herzien binnen een alliantie waarvan een groot lid plotseling op afstand bleef.
Conclusie: twee buurlanden, één missie
Wie was sterker? Nederland had de grotere legers, de grotere vloot en een belangrijkere nucleaire rol.
Maar België bracht eigen sterke punten mee: ervaren paracommando's, strategisch gelegen bases en een stabiele NAVO-inzetbaarheid.
Het mooiste is eigenlijk dat het niet echt ging om wie sterker was. Het ging om samenwerking. Twee kleine landen, naast elkaar, die samen met hun bondgenoten een muur vormden tegen het Oosten.
En in die samenwerking lag hun echte kracht. De jaren 60 waren een tijd van spanning, maar ook van vastberadenheid. En als je vandaag nog door Nederland of België rijdt, en je passeert een oude militaire basis – denk dan even aan die tijd. Want die bases, denk aan Schiphol als militair knooppunt, die vliegvelden, die kazernes… ze vertellen een verhaal dat we niet mogen vergeten.
Veelgestelde vragen
Wie had in de jaren 60 de sterkere militaire troepen, Nederland of België?
In de jaren 60 had Nederland een groter leger, met ongeveer 120.000 man, terwijl België een iets kleiner leger had. Echter, België had een strategische voorsprong door de ligging van Antwerpen, waardoor ze sneller konden reageren en toeslaan. Volgens Binkov was dit een belangrijke factor in hun verdedigingsstrategie.
Hoeveel man dienden er in de Nederlandse militaire dienst in de jaren 60?
In de jaren 60 dienden er in de Nederlandse militaire dienst ongeveer 120.000 man, inclusief dienstplichtigen.
Hoe sterk was het Belgische leger in vergelijking met andere Europese legers in de jaren 60?
Daarnaast dienden er nog eens 45.000 Indonesische en Indo-Europese militairen bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en de Koninklijke Marine, die via de NAVO ook betrokken waren bij de verdediging. België had in de jaren 60 een leger van meer dan 9.000 militairen, wat het een van de grotere defensiemachten in Europa maakte.
Welke landen behoorden tot de 10 sterkste legers in Europa in de jaren 60?
Ze waren dag en nacht paraat om de vrede te bewaken en te herstellen, en speelden een cruciale rol binnen de NAVO. Het exacte ranglijst van de 10 sterkste legers in Europa in de jaren 60 is moeilijk te bepalen, maar landen als de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk, West-Duitsland, Italië, Nederland, België, Portugal, Spanje en Griekenland behoorden tot de meest significante militaire machten. Hoewel beide landen relatief welvarend waren, was er een significant verschil in de economische situatie. In België was het percentage van de bevolking dat onder de armoedegrens leunde, aanzienlijk hoger dan in Nederland, met bijna vier keer zoveel senioren die onder de armoedegrens leefden.