Stel je voor: het is oktober 1962. De wereld staat op het punt van een kernoorlog.
▶Inhoudsopgave
De Cuba-crisis woedt, en op een bescheiden vliegveld in Rijswijk, bij Den Haag, staan Amerikaanse jachtklaar.
Piloten slapen naast hun vliegtuigen. De spanning is voelbaar. Dit was geen oefening.
Dit was DEFCON — het alarmsysteem dat bepaalde hoe dicht de wereld bij de afgrond stond. En Nederland stond er pal naast.
Wat is DEFCON precies?
DEFCON staat voor Defense Condition. Het is een Amerikaans systeem dat al bestaat sinds 1953, en dat de mate van paraatheid van het leger aangeeft.
De schaal loopt van 5 tot 1. Bij DEFCON 5 is alles normaal — gewoon trainen, gewoon werken. Maar bij DEFCON 1?
De vijf DEFCON-niveaus in een notendop
Dan is de oorlog begonnen. Of op het punt om te beginnen.
De NAVO paste dit systeem toe op haar eigen structuur. In het Nederlands spreken we dan van alertfases. Het idee was simpel: hoe hoger het nummer, hoe ernstiger de dreiging, en hoe sneller alles en iedereen in actie moest komen.
DEFCON 5 — Normaal: Dagelijkse operaties. Geen verhoogde dreiging. Het leger doet wat het altijd doet.
DEFCON 4 — Voorbereiding: Er is iets aan de hand. Inlichtingen wijzen op mogelijke spanningen.
Personeel wordt extra alert, communicatie wordt gecontroleerd, en oefeningen worden opgeschroeft. DEFCON 3 — Waarschuwing: De dreiging is reëel geworden. Vliegtuigen worden gevuld met brandstof en bewapening. Personeel wordt op post geplaatst.
Op bases als Rijswijk-Ypenburg betekende dit: alles klaar zetten, niemand mag weg. DEFCON 2 — Alert: Een aanval kan ieder moment komen.
Vliegtuigen staan startklaar op de baan. Piloten wachten in hun flight suits. Dit is het niveau dat tijdens de Cuba-crisis werd bereikt — het hoogste niveau dat ooit daadwerkelijk werd afgekondigd in vredestijd.
DEFCON 1 — Directe dreiging: De oorlog is begonnen. Alles wat kan vliegen, vliegt.
Alles wat kan schieten, schiet. Dit niveau is nooit officieel afgekondigd.
Waarom Nederland zo belangrijk was
Nederland was tijdens de Koude Oorlog geen gewoon landje aan de kust. Het was een frontlinie. Letterlijk.
Aan de andere kant van de Berlijnse Muur stond het Warschaupact met duizenden tanks klaar.
Als die ooit zouden doorrijden, dan was Nederland een van de eerste plekken die het zouden voelen. Daarom zaten er overal militaire bases. De Koninklijke Luchtmacht had vliegvelden in Leeuwarden, Volkel, Twente en Gilze-Rijen.
Maar er zaten ook Amerikaanse eenheden in Nederland. En een van de meest strategische locaties was Vliegveld Rijswijk-Ypenburg. Rijswijk-Ypenburg lag letterlijk tussen Den Haag en Delft. Niet bepaald een afgelegen plek.
Vliegveld Rijswijk-Ypenburg: klein op de kaart, groot in betekenis
Maar precies die ligging maakte het interessant: dicht bij het politieke hart van Nederland, en tegelijkertijd een perfecte uitvalsbasis voor luchtoperaties boven West-Europa.
In de jaren 60 was de basis een belangrijk knooppunt voor de Amerikaanse luchtmacht. De 32nd Tactical Fighter Squadron was hier gestationeerd, uitgerust met onder andere de F-100 Super Sabre en later de F-4 Phantom II.
Dit waren geen verkeersvliegtuigen. Dit waren gevechtstoestellen die, bij een escalatie van de Koude Oorlog, binnen minuten in de lucht moesten zijn. Lees ook hoe we de Cuba-crisis vandaag herdenken.
Toen in oktober 1962 de wereld zijn adem inhield, werd DEFCON 3 afgekondigd — en kort daarna zelfs DEFCON 2.
Op Rijswijk-Ypenburg betekende dat: alles stopte. Geen verlof, geen uitje, geen momentje rust. De vliegtuigen werden bewapend op de baan gezet.
Piloten sliepen in de nabijheid van hun toestellen. De beveiliging werd opgevoerd. Iedereen wist: als het misgaat, zijn wij de eerste die erbij betrokken raken.
Wat gebeurde er precies op een Nederlandse basis bij verhoogde alertfase?
Het leven op een militaire basis veranderde drastisch zodra de alertfase omhoog ging. Dit was geen kleinigheid.
Een paar concrete voorbeelden: Beveiliging op scherp: Toegangspoorten werden verscherpt.
Extra bewakers, extra controles. Niemand kwam meer zomaar even binnenwandelen. Schuilkelders: Onder de basis lagen betonnen bunkers.
Bij verhoogde alertfase moest daar personeel naartoe — piloten, techniekers, administratief personeel. Iedereen had een plek toegewezen.
Communicatie: Radioverbindingen met commandocentra in de Verenigde Staten en andere NAVO-landen werden intensiever bewaakt. En hier speelden radioamateurs een verrassende rol. Het callsign PA60CUB — dat later de basis zou worden voor het domein pa60cuba.nl — werd gebruikt door een radioamateur die actief was in dit netwerk. Radioamateurs waren vaak de backup wanneer officiële kanalen uitvielen.
Hun kennis van radiotechniek was onmisbaar in tijden van crisis. Logistiek op volle snelheid: Brandstof, munitie, reserveonderdelen — alles moest op peil zijn.
Een vliegtuig dat niet kan vliegen tijdens DEFCON 2 is waardeloos.
De naslag: hoe het eindigde en wat er overbleef
Gelukkig is het nooit tot een echte oorlog gekomen. De Cuba-crisis eindigde, de spanning liet af, en de bases keerden terug naar hun normale routine. Hoe militairen op Ypenburg de crisis beleefden, bleef echter een levendige herinnering.
Vliegveld Rijswijk-Ypenburg bleef nog decennia in gebruik. Maar met het einde van de Koude Oorlog in 1991 veranderde alles.
De dreiging van het Warschaupact was weg. De Amerikaanse troepen trokken zich geleidelijk terug.
En in 1998 werd Rijswijk-Ypenburg officieel gesloten als militair vliegveld. Tegenwoordig is het gebied een woonwijk. Er staat niets meer dat doet denken aan de dagen dat er F-4 Phantom's op de baan stonden, klaar om binnen seconden op te stijgen.
Maar de geschiedenis zit er nog in verstopt. In oude foto's. In verhalen van veteranen.
En in een bijzonder callsign — PA60CUB — dat herinnert aan de tijd dat radioamateurs hun steentje bijdroegen aan de veiligheid van een hele natie. De Koude Oorlog is voorbij. Maar als je weet waar je moet zoeken, zie je deze historische dreiging vanuit Nederlands perspectief nog overal terug. Zelfs in Rijswijk.