Voor je een radio opent, hoef je vandaag nergens over na te denken.
▶Inhoudsopgave
Geen vergunningen, geen angst, geen geheimen. Maar stel je voor: het is 1940, Duitse troepen zijn net binnengetrokken in Nederland, en jij zit achter een zelfgebouwd zendstation.
Elke seconde dat je zendt, kan iemand je signalen opsporen. En als ze je pakken, is het afgelopen. Toch gebeurde het. Radioamateurs in Nederland gingen door — soms legaal, soms in het verborgen, en soms met hun leven als inzet. Dit is het verhaal van mensen die radiozenders niet alleen als hobby zagen, maar als wapen.
De onmiddellijke zendverbod: mei 1940
Op 15 mei 1940, slechts vijf dagen na de Duitse inval, trokken de bezetters alle zendvergunningen in. Dat was geen toeval. De Duitse overheid wist precies hoe gevaarlijk radioverkeer kon zijn: informatie naar het buitenland, coördinatie van verzet, contact met de geallieerden. Alles moest stoppen.
Alle radioamateurs werden verplicht hun apparatuur af te geven. Dat betekende: zendontvangers, zenders, antennes, onderdelen, alles.
De bezetter organiseerde inzamelingen waar amateurs hun uitleverden. Sommige deden dat met tegenzin, maar anderen weigerden. En die anderen?
Zij stopten hun apparatuur weg. Onder de vloer, in schuren, achouwen, in valse muurtjes. Niet om de oorlog te winnen met één radio, maar omdat ze wisten: mocht de kans zich voordoen, dan was die radio goud waard.
Verborgen zendamateurs: de ondergrondse golf
In de loop van de oorlog ontstond er een hele onderwereld van illegale zendamateurs.
De schattingen lopen uiteen, maar historici gaan uit van enkele honderden Nederlandse amateurs die illegaal bleven zendten. Sommigen werkten in opdracht van de Nederlandse regering in Londen, anderen namen zelf initiatief.
Ontvangst was al riskant genoeg. Luisteren naar buitenlandse radio, zoals de BBC, was al verboden. Maar zenden? Dat was levensgevaarlijk. De Duitse bezetter had speciale detectie-auto's, de zogenaamde Richtfunkmesswagen, die door de straten reden om illegale zenders op te sporen. Deze voertuigen waren uitgerust met richtantennes en gevoelige ontvangers. Ze konden de richting van een signaal bepalen en zo opsporen waar een illegale zender stond.
Toch lukte het sommige amateurs om te communiceren. Ze werkten met korte uitzendingen, vaak slechts enkele minuten, vanaf wisselende locaties.
Ze gebruikte frequenties die moeilijk te volgen waren, en soms codetaal die alleen bedoeld was voor de ontvanger aan de andere kant.
Zendamateurs als spionnen: feiten en cijfers
Het meest bekende voorbeeld van radioamateurs in het verzet is de groep rond Schreinemakers uit Den Haag.
In 1941 werd een illegale zendpost ontdekt die contact had met de Nederlandse inlichtingendienst in Londen. Meerdende leden van de groep werden gearresteerd en geëxecuteerd.
Maar er zijn meer verhalen. De Bond van Radio Zendamateurs in Nederland, de belangrijkste vereniging van radioamateurs, telde voor de oorlog zo'n 500 leden. Na de oorlog bleek dat tientallen van hen actief betrokken waren geweest bij illegale zendactiviteiten. Hoe radioamateurs internationale contacten legden tijdens de Koude Oorlog, bleek cruciaal; sommigen hadden zendposten gebouwd met een bereik van honderden kilometers, genoeg om Londen of zelfs verder te bereiken. De meeste illegale zendamateurs werkten op de korte golf, meestal tussen de 3,5 en 7 MHz.
Dat zijn frequenties die 's nachts ver kunnen reiken dankzij ionosferische reflectie.
Precies wat je nodig hebt als je anoniem berichten wilt doorsturen naar het buitenland.
Techniek als overlevingsmiddel
Wat opvalt: veel van deze amateurs waren geen grote spionnen of militairen. Het waren technici, ingenieurs, leraren, studenten.
Mensen die begrepen hoe radiogolf werkten, en die die kennis gebruikten om het leven in gevaar te brengen. Ze bouwden zenders uit oude onderdelen, soms uit delen van normale radio's. Ze smolten antennes van koperdraad dat ze illegaal bemachtigden.
Ze werkten vaak in kleine kamers, met de ramen dichtgetapeerd om geluid en licht te verminderen.
En ze wisten: elke seconde op de lucht was een seconde die ze konden worden opgepikt. Na de oorlog, in 1945, mochten radioamateurs hun hobby weer uitoefenen. Maar het duurde tot september 1946 voordat de eerste officiële zendvergunningen weer werden uitgegeven.
In die tijd waren er al weer honderden amateurs actief, vaak met dezelfde apparatuur die ze tijdens de oorlog hadden verborgen. Wie meer wil weten over de geschiedenis van radioamateurs in Nederland, ziet hoe zij na de bevrijding hun zenders weer opbouwden.
Een stukje vergeten geschiedenis
Vandaag de dag weten de meeste Nederlanders niet dat de oprichting van de VERON in 1945 een cruciale rol speelde voor radioamateurs in het verzet.
Het is een verhaal dat nauwelijks wordt verteld in geschiedenisboeken of op scholen. Toch is het een van de meest indrukwekkende voorbeelden van burgerlijke moed tijdens de oorlog. Geen grote legers, geen slagvelden, gewoon mensen met een soldeerbout en een stuk draad.
En de moed om, in een tijd van angst en onderdrukking, toch een signaal de lucht in te sturen. De volgende keer dat je een radio hoort kraken, denk even aan hen.
Want soms is stilte niet veilig. Soms is het juist het signaal dat telt.
Veelgestelde vragen
Waarom werd radiozenden in 1940 verboden?
In mei 1940 werd radiozenden in Nederland verboden omdat de Duitse overheid zich zorgen maakte over de mogelijke verspreiding van informatie naar het buitenland, coördinatie van verzet en contact met geallieerde krachten.
Hoe probeerden radioamateurs toch te zenden tijdens de oorlog?
Het doel was om alle communicatie te stoppen en de controle van de bezetter te maximaliseren. Ondanks het verbod probeerden radioamateurs via illegale zendposten korte uitzendingen te maken, vaak slechts enkele minuten, vanaf wisselende locaties.
Wat waren de Richtfunkmesswagen en hoe werkten ze?
Ze gebruikten ongebruikelijke frequenties en soms codetaal om te voorkomen dat de Duitse bezetter hun signalen kon detecteren met hun speciale detectie-auto’s. De Richtfunkmesswagen waren speciale Duitse auto’s uitgerust met richtantennes en gevoelige ontvangers. Ze konden de richting van illegale radiozenders opsporen en zo de locatie van de amateurzenders achterhalen. Dit maakte het extra riskant om illegaal te zenden.
Welke rol speelden radioamateurs in het verzet?
Radioamateurs speelden een cruciale rol in het verzet door illegale communicatie mogelijk te maken met de Nederlandse regering in Londen en andere verzetsgroepen.
Wat was de impact van de ontdekking van de illegale zendpost van Schreinemakers?
Ze werden soms zelfs beschouwd als spionnen, zoals de groep rond Schreinemakers, die contact hield met de inlichtingendienst in Londen. De ontdekking van de illegale zendpost van Schreinemakers in 1941 leidde tot de arrestatie en executie van meerdere leden van de groep, wat de gevaren van het illegaal zenden tijdens de oorlog illustreert. Dit onderstreept de risico's die de verzetsmensen namen om de communicatie te behouden.