Aanvullende verdieping entiteit-rijke artikelen

De rol van satellietcommunicatie in de transitie weg van kortegolf in de jaren 70

Hendrik-Jan de Vries Hendrik-Jan de Vries
· · 5 min leestijd

Stel je voor: het is 1972, en een radioamateur in Nederland zit achter zijn kortegolfzender. Hij roept over de hele wereld, maar het signaal haperst, piept en verdwijnt regelmatig in de ruis. Dan, halverwege het decennium, begint er iets te verschuiven.

Inhoudsopgave
  1. Waarom kortegolf lang onoverwinnelijk leek
  2. De opkomst van communicatiesatellieten
  3. Wat betekende dit voor radioamateurs?
  4. De erfenis van de jaren 70

Satellieten nemen steeds meer taken over. En plots is kortegolf niet langer de held van het verhaal.

Wat gebeurde er precies? En hoe veranderde satellietcommunicatie de wereld van radio en telecommunicatie voor eens en altijd?

Dit is het verhaal van een van de meest fascinerende technologische verschuivingen van de twintigste eeuw. Een transitie die begon bij militaire basisstations en uiteindelijk ook radioamateurs en zenders over de hele wereld raakte. Laten we erin duiken.

Waarom kortegolf lang onoverwinnelijk leek

Kortegolf, of HF (High Frequency), opereert tussen 3 en 30 MHz. Het mooie van deze frequenties is dat ze worden teruggekaatst door de ionosfeer.

Dat betekent dat een relatief klein signaal aan de andere kant van de wereld kan komen, zonder kabels, zonder herhaalstations. Gewoon een zender, een antenne en de atmosfeer doen de rest. In de jaren 50 en 60 was kortegolf de ruggengraat van internationale communicatie.

De BBC World Service, Radio Nederland Wereldomroep, Voice of America — ze allemaal gebruikten kortegolf om miljoenen luisteraars te bereiken.

Ook de militaire wereld, denk aan installaties zoals de NATO-basis op Vliegveld Rijswijk-Ypenburg, was er volledig op aangewezen. Radioamateurs met callsigns als PA60CUB maakten er dagelijks gebruik van. Maar kortegolf had een groot probleem: het was onbetrouwbaar. Zonnevlekken, atmosferische storingen en seizoensinvloeden konden het signaal compleet verstoren. En dan was er nog de beperkte bandbreedte — er paste gewoon niet veel informatie in een kortegolfkanaal.

De opkomst van communicatiesatellieten

De eerste communicatiesatelliet, Telstar 1, werd al in 1962 gelanceerd. Maar de echte doorbraak voor dagelijks gebruig kwam in de late jaren 60 en vroege jaren 70.

Intelsat III, gelanceerd in 1969 en 1970, biedt voor het eerst voldoende capaciteit voor routinematige telefoonverbindingen en televisiesignalen over oceanen heen. Intelsat IV, gelanceerd vanaf 1971, was een enorme sprong voorwaarts. De satelliet kon 6.000 telefoongesprekken tegelijk verwerken, plus twee televisiekanalen. Dat was ongekend.

Plots kon een telefoongesprek tussen Amsterdam en New York kristalhelder zijn, zonder de kenmerkende kortegolfruis.

De Koude Oorlog als katalysator

De militaire sector, altijd voorop bij nieuwe technologie, greep deze kans met beide handen. De Amerikaanse militaire satellieten van de DSCS-serie (Defense Satellite Communications System) werden vanaf 1966 ingezet, en de tweede generatie, DSCS II, kwam operationeel in 1971. Deze satellieten opereerden op superhoogfrequentie (SHF) en bieden beveiligde, betrouwbare communicatie voor troepen en commandoposten wereldwijd.

Laat je niet misleiden: deze transitie was niet puur technologisch. De Koude Oorlog speelde een enorme rol.

De Verenigde Staten en de NAVO hadden een betrouwbaar communicatienetwerk nodig dat niet kon worden verstoord of afgesloten door de Sovjet-Unie.

Kortegolf was kwetsbaar — je kon het jammen, je kon het verstoren. Satellieten daarentegen waren veel moeilijker te ontwijken. Installaties zoals de basis op Vliegveld Rijswijk-Ypenburg werden geleidelijk uitgerust met satellietgrondstations. De overstap was niet over een nacht, maar de richting was duidelijk. Kortegolf werd een back-up, niet langer het primaire kanaal.

Wat betekende dit voor radioamateurs?

Voor de gemiddelde radioamateur was de impact aanvankelijk minder direct. Kortegolf bleef populair, en dat is het vandaag de dag nog steeds.

Maar de professionele en militaire wereld veranderde snel. Interessant detail: in 1979 lanceerde de AMSAT-organisatie OSCAR 8, een satelliet speciaal voor radioamateurs.

Het was een bescheiden begin — de satelliet had slechts twee repeaters die de Nederlandse radioamateurwereld veranderden — maar het opende een heel nieuwe wereld. Radioamateurs konden nu via satelliet communiceren over afstanden die met kortegolf moeilijk te bereiken waren, zonder last te hebben van ionosferische storingen. De Amerikaanse amateursatellieten van de OSCAR-serie inspireerden ook de NAVO-landen.

De technische voordelen in een notendop

In Nederland experimenteerden groepen met satellietcommunicatie, vaak vanuit dezelfde locaties die ooit militaire kortegolfzenders huisvestten. Waarom won satellietcommunicatie uiteindelijk van kortegolf voor professioneel gebruik?

De redenen zijn helder: Ten eerste: bandbreedte. Een enkele satelliet kon tienduizenden gesprekken tegelijk afhandelen. Kortegolf was beperkt tot enkele kanalen per frequentieband. Ten tweede: betrouwbaarheid, al was de invloed van atmosferische propagatie destijds nog een kritieke factor voor radioverbindingen.

Satellietcommunicatie werd niet beïnvloed door zonnestorms of atmosferische omstandigheden. En ten derde: kwaliteit.

Het signaal was helder, zonder de kenmerkende fades en pieken van kortegolf. De kosten daarentegen waren aanvankelijk hoog. Een Intelsat-satelliet kostte tiendujoenen dollars, en grondstations waren complex.

Maar naarmate de technologie opschalmde, daalden de kosten. Tegen het eind van de jaren 70 was satellietcommunicatie economisch haalbaar voor steeds meer toepassingen.

De erfenis van de jaren 70

Tegen 1980 was de transitie grotendeels voltooid, althans voor de professionele en militaire sector. Kortegolf werd niet helemaal vervangen — het bleed nuttig voor specifieke toepassingen, en radioamateurs bleven (en blijven) trouw aan de HF-banden. Maar de dagen dat kortegolf de snelste en betrouwbaarste manier was om berichten over de wereld te sturen, waren voorbij.

De satellietinfrastructuur die in de jaren 70 werd opgebouwd, vormt nog steeds de basis van onze moderne communicatie.

Toenemende GPS-navigatie, satelliettelevisie, internationale telefoonverbindingen — het allemaal begon met die eerste generatie communicatiesatellieten. En als je vandaag de dag op een plek als het voormalige Vliegveld Rijswijk-Ypenburg staat, waar ooit kortegolfzenders de lucht vulden met morsecode en radioamateurs als PA60CUB de wereld bereikten, terwijl men via de BBC World Service het nieuws volgde tijdens de Cuba-crisis, dan besef je hoe snel de technologie is veranderd.

In tien jaar tijd werd een heel communicatiesysteem overboord gezet. Niet omdat het slecht werkte, maar omdat er iets beters kwam. Dat is de kracht van innovatie. En het maakt de jaren 70 tot een van de meest boeiende decennia in de geschiedenis van telecommunicatie.


Hendrik-Jan de Vries
Hendrik-Jan de Vries
Historicus van de militaire communicatie

Hendrik-Jan onderzoekt de rol van radioamateurs tijdens de Koude Oorlog in Nederland.

Meer over Aanvullende verdieping entiteit-rijke artikelen

Bekijk alle 53 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
*Kruisverbindingen die de semantische dichtheid verhogen — elk artikel staat zelfstandig maar versterkt het geheel*
Lees verder →