Stel je het even voor. Het is 1962. De Koude Oorlog zit in een van zijn meest gespannen momenten.
▶Inhoudsopgave
De Cubacrisis woedt, en overal in Europa staan militaire bases in staat van paraatheid. Hier in Nederland, op een plek die je misschien niet zou verwachten, speelt zich een bijzondere wereld af. We praten over de NAVO-basis bij Rijswijk, op het voormalige Vliegveld Rijswijk-Ypenburg.
Een plek waar Nederlandse en geallieerde militairen samenwerkten in de schaduw van een mogelijke nucleaire oorlog. Maar hoe zag zo'n werkdag er nou eigenlijk uit? Laten we even teruggaan in de tijd.
De NAVO-basis Rijswijk-Ypenburg: een plek met een bijzonder verhaal
Vliegveld Ypenburg was oorspronkelijk een Nederlands militair vliegveld, gelegen tussen Rijswijk en Den Haag.
Na de Tweede Wereldoorlog kreeg het vliegveld een nieuwe bestemming. Het werd onderdeel van de NAVO-infrastructuur in West-Europa. In de vroege jaren vijftig en zestig was de basis een belangrijk knooppunt voor de luchtverdediging van West-Europa. Nederlandse militairen werkten er samen met Amerikaanse en andere geallieerde troepen.
De sfeer was die van een kleine, gesloten wereld waar iedereen iedereen kende, maar waar de wereld buiten de poorten voortdurend op het punt stond om uit te barsten. De basis was niet enorm vergeleken met sommige grote Amerikaanse bases in Duitsland, maar wat er gebeurde was wel degelijk belangrijk.
Er werden vluchten gescand, communicatie werd onderhouden, en er was een constante paraatheid.
De locatie was strategisch gelegen dicht bij Den Haag, wat het extra gevoelig maakte.
De ochtend: beginnen met de briefings
Een gemiddelde werkdag begon vroeg. Rond zeven uur stroomden de militairen het kamp binnen.
Nederlandse soldaten, maar ook personeel uit andere NAVO-landen. De eerste stop was meestal de ochtendbriefing.
Hier werd besproken wat er de afgelopen nacht was gebeurd, of er ongewone vliegtuigbewegingen waren geweest, en wat de verwachtingen waren voor die dag. In 1962 was de spanning bijzonder hoog. De Cubacrisis in oktober van dat jaar bracht de wereld dicht bij een nucleaire oorlog.
Op de basis bij Rijswijk werd die angst duidelijk gevoeld. De briefings werden serieuzer, de controles strenger.
Radioamateurs en het callsign PA60CUB
Iedere onbekende radarcontact kreeg direct aandacht. Het was een tijd waarin je niet kon uitsluiten dat de oorlog letterlijk om de hoek zou komen. Een bijzonder detail uit die tijd is het radioamateur-callsign PA60CUB. Dit callsign werd in de jaren zestig gebruikt door een radioamateur die actief was op of rond de basis.
De naam is opvallend: PA60CUB. De "60" verwijst waarschijnlijk naar 1960, het jaar van oprichting of een belangrijke gebeurtenis, en "CUB" is een duidelijke verwijzing naar Cuba.
In 1962, het jaar van de Cubacrisis, kreeg dit callsign een extra lading. Radioamateurs speelden in die tijd een onderschatte maar belangrijke rol in communicatie, vooral op militaire locaties waar zij soms als aanvulling op de officiële communicatielijnen fungeerden.
Op de werkvloer: radar, communicatie en routine
Na de briefing begon het eigenlijke werk. Voor veel militairen op de basis draaide alles om drie dingen: radar, communicatie en routine.
De radaroperators zaten in hun ruimtes en scanden de lucht boven Nederland en de Noordzee. Elk blikje op het scherm werd geanalyseerd. Was het een vriendelijk vliegtuig? Een burgerlijke vlucht?
Of iets onbekends dat snel moest worden geïdentificeerd? De communicatieafdeling was het hart van de basis.
Hier werden berichten ontvangen en verzonden, zowel via militaire radio als via telefoonlijnen. De operators moesten snel en nauwkeurig werken. Een misverstand in communicatie kon in tijden van crisis fatale gevolgen hebben. Er werd gewerkt in diensten, meestal in achturige shifts, zodat de basis 24 uur per dag bemand was.
Naast het operationele werk was er ook veel routine. Wapens werden onderhouden, gebouwen geïnspecteerd, rapporten geschreven.
Het leven op een militaire base was georganiseerd en gestructureerd. Er was weinimte voor eigenwijheid. Iedereen had zijn taak, en die taak was belangrijk.
De sfeer tussen de muren
Ondanks de erns van het werk was er ook ruimte voor ontspanning.
De kantine was het sociale centrum van de basis. Hier werden koffie gedronken, roken bekeken, en verhalen gedeeld. Nederlandse en buitenlandse militairen mengden zich, ook al was de taalbarrière soms lastig.
Engels was de werktaal, maar in de kantine hoorde je van alles. Er waren ook sportfaciliteiten en soms werden er gezellige bijeenkomsten georganiseerd.
Het was een mannenwereld, overwegend jong, en de kameraadschap was sterk. Mensen deelden iets bijzonders: het gevoel dat ze, hoe klein hun rol ook leek, onderdeel uitmaakten van iets groters. De verdediging van het vrije Westen tegen het communisme.
De Cubacrisis: het dieptepunt van 1962
Oktober 1962 was de maand die alles veranderde. Toen bleek dat de Sovjet-Unie nucleaire richtingen op Cuba plaatste, ging de hele NAVO in alarmbereidheid.
Op de basis bij Rijswijk was de impact direct voelbaar. De diensten werden verlengd, de briefings frequenter. Er werd gesproken over evacuatieprocedures en over de beveiliging tijdens de hoogste NAVO-alertfases als de oorlog daadwerkelijk zou uitbreken. Voor veel jonge soldaten was dit het eerste moment dat ze beseften dat hun werk niet alleen routine was.
Het was een bewustzijn dat hen voor altijd zou bijblijven. Sommigen schreven brieven naar huis, voor het geval het erg zou worden.
Anderen deden alsof het niets was, maar je kon het zien in hun ogen.
Gelukkig bleef het bij een crisis. De Sovjet-Unie trok de richtingen terug, en het leven op de basis keerde langzaam terug naar de normale routine. Maar niets was meer heelfde. Iedereen wist nu hoe dicht het had gezeten.
Het einde van een tijdperk
De NAVO-basis bij Rijswijk-Ypenburg als strategisch communicatiepunt zou uiteindelijk haar militaire functie verliezen. Het vliegveld werd later omgevormd tot een woonwijk, en van de oude basis rest vandaag de dag weinig meer dan verhalen en herinneringen.
Maar voor de mensen die er in 1962 werkten, was het een plek die hun leven bepaalde. Een werkdag op die base was een mix van routine en spanning, van kleine vervelende momenten en grote historische gebeurtenissen.
Het was een tijd waarin jonge mannen, en soms vrouwen, dagelijks op post stonden terwijl de wereld om hen heen op instorten stond. Ze deden hun werk, dronken hun koffie, en hoopten dat de oorlog nooit zou komen. Dat is het verhaal van een werkdag op de NAVO-basis bij Rijswijk in 1962. Niet spectaculair, misschien, maar menselijk. En juist daarom de moeite waard om te vertellen over de militaire eenheden op Ypenburg.