Stel je voor: het is 1963, de Koude Oorlog zit in zijn hoogtepunt, en een handvol Nederlandse radioamateurs staat op een vliegveld bij Rijswijk met een zelfgebouwde zender, een enorme antenne en één doel — contact maken met een radiozender aan de andere kant van de wereld. Geen internet, geen satelliettelefoon, gewoon radiogolwen die hopelijk door de ionosfeer worden teruggekaatst. Dit was een DX-peditie. En in de jaren 60 waren Nederlandse radioamateurs er behoorlijk goed in.
▶Inhoudsopgave
Wat is een DX-peditie eigenlijk?
De term DX komt uit de telegrafie en betekent simpelweg distance — veraf. Een DX-peditie is een georganiseerde radio-expeditie waarbij amateurs hun uitrusting naar een bijzondere locatie brengen om radiocontacten te leggen met zoveel mogelijk verre landen.
Niet vanuit hun schuur in Utrecht, maar vanaf een strategisch punt waar de kans op lange verbindingen het grootst is. Het doel? Zoveel mogelige unieke landen en verbindingen binnen een bepaalde tijd.
Elke verbinding wordt zorgvuldig gelogd: welk land, op welke frequentie, hoe sterk was het signaal, en welke zendwijze werd gebruikt.
Voor radioamateurs is een geslaagde DX-peditie het equivalent van een bergbeklimmer die de top bereikt — alleen dan met morsecode en hoogfrequente radiogolven.
Waarom de jaren 60 zo bijzonder waren
De jaren 60 waren een gouden tijdperk voor de radioamateur in Nederland. De hobby groeide snel, mede dankzij de oprichting van de VERON (Vereniging voor Experimenteel Radio Onderzoek Nederland) en de NRAB (Nederlandse Radio Amateur Bond), die samenwerkten aan het professionaliseren van de radioamateurzender. Er kwamen betere zenders op de markt, meer kennis over propagatie, en bovenal: meer ambitie.
Tegelijkertijd speelde de Koude Oorlog een onverwachte rol. Radiozenders konden signalen over enorme afstanden versturen — ook over de IJzeren Gordijn.
Dat maakte radioamateurs niet alleen tot hobbyisten, maar soms ook tot onbedoelde informanten. De Nederlandse overheid hield dan ook een voogdijdraden op de activiteiten, vooral wanneer expedities plaatsvonden op strategische locaties zoals militaire vliegvelden.
De locatie: Vliegveld Rijswijk-Ypenburg
Een van de meest opvallende plekken waar Nederlandse radioamateurs in de jaren 60 opereerden, was het voormalige Vliegveld Rijswijk-Ypenburg, onderdeel van een NAVO-basis.
De hoogte, de open ruimte en de afwezigheid van elektrische storing maakten het een ideale plek voor zendamateurs. Hier werd onder meer het roepnaam PA60CUB gebruikt — een speciaal toegewezen roepnaam die direct verwijst naar de context van de Koude Oorlog en de militaire betrokkenheid bij radio-activiteiten. Het is geen toeval dat juist hier expedities werden georganiseerd. De combinatie van technische mogelijkheden en strategische ligging maakte het een hotspot voor radioamateurs die, net als bij het inrichten van een station in een woonhuis, serieus waren over langeafstandsverbindingen.
Hoe organiseerden ze zo’n expeditie?
Een DX-peditie in de jaren 60 was geen spontane trip met een draagbare zender. Het was een militair geplande operatie — zonder de wapens, maar met evenveel precisie.
Voorbereiding
Maanden van tevoren werd er gepland: welk land werd het doel, welke frequentieband zou het beste werken, en wat was het weer- en zonneweer? Ja, zonneweer.
Uitrusting
De activiteit van de zon bepaalt namelijk hoe goed radiogolwen door de ionosfeer worden geleid. Radioamateurs bestudeerden zonnevlekken, magnetische stormen en ionosferische kaarten alsof het weersvoorspellingen waren. De zenders waren vaak zelfbouw of aangepaste modellen van merken als Philips, Hallicrafters en Collins.
Teamverband
Vermogen varieerde van 50 tot soms wel 100 watt — genoeg om de wereld over te kruisen, mits de omstandigheden meewerkten. Antennes waren groot: Yagi-antennes voor richting, dipolen voor breedband, en soms zelfs tijdelijke masten van 20 meter hoog.
- Een expeditieleider die de logistiek en communicatie regelde
- Een of meerdere zendamateurs die de daadwerkelijke contacten maakten
- Een logboekhouder die elk contact noteerde met tijd, frequentie en roepnaam
- Soms een technicus die de uitrusting onderhield of repareerde ter plekke
Een typisch team bestond uit: Alles gebeurde nog analoog. Geen laptops, geen digitale modi — alleen morsecode (CW) en later ook SSB (Single Sideband), een efficiëntere spraakmodus die in de jaren 60 steeds populairder werd.
Wat maakte Nederlandse expedities uniek?
Nederlandse radioamateurs stonden bekend om hun discipline en technische kennis. Ze waren goed georganiseerd, hadden toegang tot militaire locaties via officiële kanalen, en legden internationale contacten tijdens de Koude Oorlog in nauwe samenwerking met internationale verenigingen zoals de IARU (International Amateur Radio Union).
Bovendien hadden ze een sterke traditie in het bouwen van eigen apparatuur — iets wat in andere landen minder gebruikelijk was.
Een bekend voorbeeld is de expeditie waarbij Nederlandse amateurs vanuit Rijswijk contact legden met radiozenders in Zuid-Amerika en Azië — op een tijdstip dat de meeste mensen nog dachten dat radio alleen lokaal werkte. Dit soort prestaties trok internationale aandacht en versterkte de reputatie van Nederland als radio-natie.
De erfenis van de jaren 60
Vandaag de dag zijn DX-pedities nog steeds populair, maar de technologie is drastisch veranderd. Digitale modi, satellietverbindingen en software-defined radios hebben de hobby getransformeerd.
Toch blijft de kern hetzelfde: de uitdaging om met minimale middelen verbinding te leggen met de andere kant van de wereld.
De expedities van de jaren 60 legden daarbij de basis. Ze toonden wat mogelijk was met passie, kennis en een beetje stoutmoedigheid. En locaties als Vliegveld Rijswijk-Ypenburg, met hun verbinding tot de Koude Oorlog en de militaire geschiedenis, herinneren ons eraan dat radioamateurs als maatschappelijk nuttige schakel ook een rol speelden in een veel groter verhaal — een verhaal van spanning, technologie en menselijke nieuwsgierigheid. Het roepnaam PA60CUB mag dan nu vooral een digitaal artefact zijn, maar het staat symbool voor een tijd waarin Nederlandse radioamateurs de wereld bereikten — zonder internet, zonder satellieten, alleen met radiogolwen en doorzettingsvermogen.